Binnenstebuiten

Hub van Wersch

hvwersch

hvwersch

http://nl.linkedin.com/pub/hub-van-wersch/80/11/129

Bekijk volledig profiel →

India: ontsnapt aan corona, gevangen in vijanddenken

Met 1,3 miljard inwoners en 150.000 coronadoden ten tijde van de jaarwisseling lijkt India op onverwachte wijze te ontsnappen aan de ergste uitwassen van Covid-19. Weliswaar staat India op de tweede plaats achter de VS wat betreft het aantal geregistreerde besmettingen (meer dan 10 miljoen), maar het aantal dodelijke slachtoffers is – gemeten naar de omvang van de bevolking – verhoudingsgewijs laag. Tegelijkertijd zinkt het land dag na dag dieper weg in een moeras van onverdraagzaamheid, een ontwikkeling die ernstiger kan blijken dan Covid-19.

Afgaande op de officiële cijfers bleef India maandenlang gevrijwaard van een hevige verspreiding van het virus. Er leek zich een Indiaas wonder te voltrekken met dodentallen die nauwelijks afweken van die in Nederland. Voor dat wonder bestonden en bestaan vele verklaringen waaronder een serie opeenvolgende strenge lockdowns vanaf 24 maart 2020. Andere verklaringen zijn dat er in de aanvangstijd minimaal werd getest (dus geen besmettingen), dat de Indiase bevolking zeer jong is (53% jonger dan 25 jaar), dat in de meeste sterfgevallen overlijdensaktes met doodsoorzaak ontbreken en dat er sprake is van een gebrekkige registratie van sterfgevallen die wél corona gerelateerd zijn.

Dat veranderde geleidelijk, het testen werd uitgebreid en besmettingen en sterfgevallen kwamen beter in beeld, maar half augustus 2020 ging het nog steeds ‘maar’ om 50.000 doden. Op 1 oktober waren dat er 100.000 en nu heeft India 150.000 coronadoden gerapporteerd. De gevreesde massale sterfte, waarbij rekening moest worden gehouden met mogelijk zelfs miljoenen doden als gevolg van de ongecontroleerde verspreiding van het virus, vond niet plaats. Na een besmettingspiek in september is de besmettingsgraad gestaag afgenomen en nu er ook effectieve vaccins aan de horizon zijn verschenen, lijkt het onwaarschijnlijk dat India zelfs maar in de buurt komt van het gevreesde gitzwarte scenario. Toch nog een wonder gelet op de beroerde staat van de Indiase gezondheidszorg (te weinig ziekenhuizen, personeel en middelen).

Prime Minister Narendra Modi takes part in the bhoomi pujan for the construction of a Ram temple in Ayodhya, August 5, 2020.
Photo: PIB

Maar er zijn ook andere problemen. Met de komst van premier Narendra Modi (centraal op foto) kreeg India in 2014 een leidsman die de hindoes stelselmatig voedt met de gedachte dat India onder zijn leiding een grote toekomst tegemoet gaat. Het arriveren van die toekomst gaat gepaard met gelijktijdige repressie van vrijheid en minderheden, in het bijzonder de ca. 190 miljoen Indiërs omvattende moslimpopulatie. Vanaf de eerste dag van zijn premierschap heeft Modi duidelijk gemaakt waar hij staat: aan de kant van de hindoes. Van een morele opdracht tot het verbinden van de talrijke verschillende bevolkingsgroepen in zijn land lijkt hij nooit te hebben gehoord.

Modi’s gedachtegoed is nectar voor miljoenen oververhitte hindoes die onnadenkend al hun frustraties projecteren op moslims en er alles aan doen om moslims het leven zuur te maken terwijl die toch al tot een achtergestelde bevolkingsgroep behoren. De jacht op vleesetende niet-hindoes is daarvan een cru voorbeeld, een jacht die diverse slachtoffers heeft gemaakt waarbij lynchen ordentelijke rechtspraak vervangt.

De vernietiging van de moslimtempel in Ayodhya op 6 december 1992 (zie blog: Ayodhya, tragiek zonder perspectief) is aan te merken als een tragisch keerpunt in de moderne geschiedenis van India. Niemand werd veroordeeld voor deze schandelijke daad van bewust opgeklopte volkswoede, die duizenden doden tot gevolg had; ook niet na processen die decennia hebben gevergd. Uiteindelijk bepaalde de Indiase Hoge Raad dat op de plek waar eeuwenlang een moskee stond nu een nieuwe tempel gebouwd mag worden, gewijd aan de god Ram (spreek uit: Raam).

Je zou verwachten dat een premier die zijn land lief heeft, nalaat olie op het vuur te gooien. Maar op  5 augustus 2020 woonde premier Modi nadrukkelijk een religieuze hindoeplechtigheid (bhoomi pujan) bij op de plek waar deze hindoetempel moet verrijzen (zie foto). Een duidelijker signaal aan de strijdlustige hindoefundamentalisten die toch al het toneel beheersen, was nauwelijks denkbaar. Dit was niet een stand back and stand by, maar een regelrecht en onverkort stand by door de man die als eerste de eenheid van India moet bewaken. Het moeras van intolerantie wint dagelijks terrein.

Op 2 januari 2021 protesteerde India bij Pakistan tegen een mislukte aanval van een opgewonden Pakistaanse menigte op 30 december vorig jaar op een hindoetempel in het district Karak in Pakistan. Dat dan weer wél.

Kretologie

De voortdurende, frontale en sterk op de persoon gerichte aanvallen op Piet Emmer, historicus met als specialisatie slavernijverleden, hebben aanzienlijk méér effect dan enkel een verkettering van Emmer. Die vergroten de angst om je vrijelijk te uiten. Wie op zoek is naar de waarheid omtrent het slavernijverleden waagt zich nauwelijks nog aan een openbare discussie want het etiket ‘racist’ wordt sneller geplakt dan onderbouwd. Het open en kritisch debat wordt er ernstig door belemmerd. Angst neemt het denken over.

De critici van Emmer leggen veel meer nadruk op bizar aandoende uitlatingen van de emeritus hoogleraar dan op een op feiten gebaseerde weerlegging van de essentie van zijn denkbeelden over slavernij. In de NRC van 10 oktober is het Zihni Özdil die de vloer aanveegt met Emmer, in de Volkskrant was het enkele dagen eerder Asha ten Broeke en daarvóór maakte de gebelgde journalist Gerri Eickhof gehakt van Emmer door hem weg te zetten als ‘racistische professor’. Het is slecht kersen eten met journalisten en columnisten want zij behouden altijd de mogelijkheid een ongewenste repliek onderuit te schoffelen zonder dat degene die hun handelwijze kritiseert kan eisen dat ook hun weerwoord wordt gepubliceerd. Het is makkelijk mensen te kakken te zetten als je de microfoon bedient.

Natuurlijk, het helpt niet dat Emmer van tijd tot tijd uitspraken doet (en daarvan zijn er vele) die jeuk veroorzaken, maar roepen dat hij een incompetente racist is, maakt het betoog niet sterker en vormt geen weerlegging van door hem na jarenlang onderzoek aangedragen gegevens. Wat is bijvoorbeeld waar van de grove schattingen dat 20–60 miljoen Afrikanen in slavernij werden weggevoerd naar andere continenten? Of is de bewering van Emmer juist dat het in werkelijkheid gaat om 12 miljoen slavernijslachtoffers, een getal dat ‘volgens internationaal historisch onderzoek’ zou zijn vastgesteld? Klopt zijn constatering dat het Nederlandse aandeel in de transcontinentale slavenhandel ca. 5% was en dat de winsten uit die handel in de topjaren van de achttiende eeuw niet meer dan 0,5 % bijdroegen aan het toenmalige nationale inkomen? Als dat juist is, relativeert dat de economische betekenis van de slavenhandel sterk. Over de inhumane aspecten zegt dat natuurlijk niets.

Slavernij is een fenomeen dat zich in de geschiedenis op vrijwel alle continenten heeft gemanifesteerd en zich in andere vormen – helaas – nog steeds manifesteert. Is het juist om bij het thema slavernij enkel te kijken naar de verderfelijke rol die blanken daarin hebben gespeeld of is het terecht ook het aandeel te belichten dat Afrikanen en vele anderen hadden in het bestaan van slavernij? Mag je de vraag opwerpen of onderzoek naar slavernij ook wetenschappelijk verantwoord kan zijn als de onderzoekers niet zwart of gekleurd zijn? Wordt een onderzoek beter omdat de onderzoeker een kleur heeft? Enz.

Jazeker, prof. Emmer doet soms vreemde beweringen. Zo schrijft hij bijvoorbeeld in zijn in 2018 gepubliceerde boek Het zwart-wit denken voorbij over slavernij in India: ‘Zo hoor je niet vaak dat de afschaffing van de slavernij in India de armoede onder de laagste kasten waarschijnlijk heeft vergroot, omdat armlastige ouders hun hongerige kinderen niet langer als slaven konden verkopen om zo hun (cursivering van mij) leven te redden’. Het is niet duidelijk of hier de ouders of de kinderen worden bedoeld, maar bizar blijft het. Maar belangrijker dan het te voeren debat kruiden met wonderlijke (meestal uit de context gelichte) uitspraken is toch het oppakken van de kern van zijn betoog en controleerbaar aantonen dat zijn beweringen onjuist zijn. Wie dat nalaat, drijft op de brede stroom van het anti-racisme, wint ongetwijfeld brede sympathie maar bewijst het onderzoek van de werkelijkheid een zeer slechte dienst. Wanneer gedegen feitenonderzoek achterwege blijft, resteert kretologie. Ernstiger nog is dat de oprecht kritische benadering van het verleden zo monddood wordt gemaakt en dat is gif voor het functioneren van onze democratie.

Corona en het Indiase wonder

Rapid Action Force personnel patrol a street during the lockdown to control the spread of the new coronavirus in Ahmedabad [Ajit Solanki/AP] from: aljazeera.com

Een van de meest verbazingwekkende coronapuzzels in de wereld levert India dat opmerkelijk gunstig scoort als het gaat om het aantal slachtoffers van het coronavirus. Volgens het Ministry of Health zijn er tot dusver pas 1.783 personen overleden aan het virus op een totaal van 53.000 besmettingen (telling: 7 mei 2020). Ter vergelijking: Nederland is onlangs de 5.000 sterfgevallen gepasseerd. En dat in een land waar de voorlichting beroerd is, de gezondheidsvoorzieningen belabberd zijn en de handhaving van de afgekondigde lockdown kortzichtig is en gewelddadig.

Wat maakt de Indiase aanpak zo effectief? Direct na het bekend worden van het besmettingsgevaar door het coronavirus sloot India de grenzen met het buitenland. Op 24 maart besloot de regering tot een onmiddellijke en slecht voorbereide lockdown van drie weken die daarna werd verlengd met enkele weken en nu weer is verlengd tot 17 mei. Op centraal niveau (Delhi) is bepaald dat de Indiase deelstaten hun eigen problemen moeten oplossen; van een strak gecoördineerde centrale aanpak is geen sprake.

Het hap-snap-beleid levert niettemin benijdenswaardige resultaten op. Voor het Indiase wonder zijn – naast de lockdown -vele verschillende verklaringen te bedenken. Een belangrijke verklaring kan schuilen in het nog steeds uiterst beperkte aantal tests dat wordt afgenomen. Grote aantallen coronabesmettingen blijven daardoor onopgemerkt. Maar ook leeftijd kan veel verklaren. Coronaslachtoffers vallen overwegend in de hoogste leeftijdsgroepen. India verkeert met een jonge bevolking (50% van de bevolking is jonger dan 25 jaar en slechts 3,6% ouder dan 70 jaar) in een uitstekende uitgangspositie.  

Daarnaast is er een notoir probleem met het vaststellen van doodsoorzaken die niet goed of onnauwkeurig worden geregistreerd. De overheid erkent dat en stelt dat slechts “22% of deaths in India are medically certified” (The Wire, 28 april 2020). Ook wordt de vaak  genadeloze hitte in grote delen van het land (al dan niet in combinatie met grote luchtvochtigheid) opgevoerd als verklaring. De hindoefundamentalist Yogi Adityanath, chief minister van Uttar Pradesh, Indiaas grootste deelstaat met 200 miljoen inwoners, biedt naast maatregelen ook een religieuze uitleg. Hij meent dat de god Ram (spreek uit: Raam) zich bekommert om het lot van de hindoes. Gelukkig zijn er meer plekken op aarde waar het virus moeilijk voet aan de grond krijgt.

Wat waar is en in welke mate, weet voorlopig niemand maar dat er weinig coronaslachtoffers vallen, lijkt een feit. Als het werkelijke aantal slachtoffers een veelvoud zou zijn van de officiële cijfers dan zou dat in India niet verborgen blijven, daarvoor is de democratie te breed en diep verankerd en is er nog teveel ruimte voor kritiek al staan critici onder forse druk. Journalisten stellen vast dat ziekenhuizen geen pieken rapporteren in de aantallen sterfgevallen en ook uit andere bronnen worden geen plotse stijgingen gemeld. Het leeuwendeel van de sterfgevallen vindt overigens buiten de ziekenhuismuren plaats. Mensen sterven gewoonlijk thuis. De tijd die verstrijkt tussen overlijden en crematie is bijzonder kort (nog steeds vaak een kwestie van uren). Het nauwkeurig vaststellen van de precieze doodsoorzaak krijgt dan niet de hoogste prioriteit. Dat geldt nog veel meer voor de armen die ook in deze crisis weer het hardst worden getroffen.

Statistieken en India vormen al decennia een ongelukkig maar onontbindbaar huwelijk. Je zou kunnen proberen het aantal crematies vast te stellen om pieken in beeld te krijgen, maar dat vergt een enorme inspanning. Het is in deze fase onbegonnen werk betrouwbare tellingen te krijgen van het aantal gecremeerde lichamen. De lichamen worden niet alleen in officiële crematoria verbrand, maar vooral op allerlei plekken in de open lucht.

De gunstige coronacijfers blijven voorlopig nog een mysterie. Andere effecten van de coronacrisis zijn intussen een stuk minder mysterieus. Het Centrum voor Monitoring van de Indiase Economie (CMIE) maakte op 6 mei bekend dat alleen al in april 122 miljoen Indiërs hun werk verloren waarmee de werkeloosheid in het land op ruim 27% is gekomen. De crisis wordt ook gebruikt voor onbeschaamde moslimvijandigheid en promotie van het hindoenationalisme. Moslims worden beschuldigd van het moedwillig besmetten van de hindoebevolking en in dat verband spreekt men over een ‘coronajihad’. Ook wordt er (zelfs door een parlementslid van Modi’s BJP) opgeroepen tot een boycot van moslim koopwaar. Zo wordt nu ook een epidemie ingezet om de belangrijkste bevolkingsgroepen, hindoes en moslims, uiteen te drijven. De splijtzwam van communale tegenstellingen groeit onder het bewind van premier Narendra Modi uit tot een paddenstoel van atomaire proporties.

Zullen de crematievuren in India straks non stop branden?

Ontsnapt India met op dit moment 147 gevallen van erkende coronabesmetting aan de wereldwijde chaos en verlamming of is dit de voorbode van een ongekende gezondheidsramp met miljoenen dodelijke slachtoffers? Het laatste is waarschijnlijker dan het eerste.

Zullen de crematievuren in India straks non stop branden?
This photo is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic license.

De genoemde cijfers van het Indian Council of Medical Research (het Indiase RIVM) dateren van 18 maart, maar zijn hopeloos ontoereikend en misleidend. India koos direct voor een dwingend restrictief beleid voor bezoekers van het land, maar India is nauwelijks toegerust om een coronaramp te voorkomen. De vergelijking op dit punt met China pakt nadelig uit voor India. Het ontbreekt India aan alles: testmateriaal (zoals overal elders), ziekenhuizen, artsen en verpleegkundigen, beschermingsmateriaal, bedden, medicijnen en apparatuur.

De overheid lijkt wél doordrongen van de ernst van de toestand en voert het aantal tests op tot binnenkort 10.000 per dag (was aanvankelijk 1.000). Maar de enigen die getest worden zijn personen die afkomstig zijn uit landen waar al eerder besmetting is vastgesteld of personen die contact hebben gehad met mensen van wie bekend is dat ze besmet zijn. Niet getest worden personen die wél alle kenmerkende coronaverschijnselen tonen (kuchen, koorts, kortademigheid en verkoudheid), maar bij wie de bron van besmetting onbekend is. India is daarin niet uniek, maar daarmee staat de deur wagenwijd open voor een ongecontroleerde uitbreiding van de besmetting.

De overheid houdt intussen stug vol dat India nog niet in Fase 3 is beland (besmetting door personen van wie niet bekend is dat zij besmet zijn), maar handelt in veel opzichten alsof dat wél het geval is. Daarmee dreigt het vertrouwen van de bevolking in de overheid sterk ondermijnd te worden en dat is het laatste wat India nu nodig heeft. Met 10.000 tests per dag test India (1,3 miljard inwoners) minder dan 10 personen per miljoen inwoners. Geen wonder dat je dan niet op besmettingsbronnen stuit. De besmetting gaat dus ongehinderd voort.

Op basis van de cijfers in andere landen is het aannemelijk dat uiteindelijk 20% – 60% van de bevolking besmet zal raken. Besmetting is geen doodvonnis want 98% van die besmette personen herstelt weer na een lichte ziekte. Maar als zelfs maar 20% van de bevolking besmet raakt dan heb je het in India over 260 miljoen mensen. En als van die groep ‘slechts’ 2% overlijdt dan praat je nog steeds over 5,2 miljoen mensen. Bij elk procent stijging van de sterftekans (en het is zeer de vraag of de nu gehanteerde 2% mortaliteit overeind blijft) vallen er miljoenen slachtoffers méér. Dat geldt ook als het besmettingspercentage niet de conservatieve schatting van 20% bereikt, maar bijvoorbeeld groeit tot 30%. Dan zullen 390 miljoen Indiërs besmet zijn en zal het sterftecijfer (ook bij de nu gebruikte 2%-regel) bijna 8 miljoen Indiërs treffen. Duizelingwekkend.

Het is te begrijpen dat de Indiase regering de besmetting met angstogen beziet. Maar waarom niet de bevolking fatsoenlijk geïnformeerd? Alle medewerking begint bij vertrouwen en als dat ontbreekt, werkt uitgestippeld beleid niet en resteert slechts dwang. Zoiets lukt misschien in China maar niet in India. Een overweging is misschien dat als de uitslagen van de tests bijna allemaal negatief zijn, de bevolking ten onrechte zal aannemen dat er dus weinig aan de hand is. Ook de immense onbekendheid met besmettelijke ziekten kan een factor zijn. Hoe draag je de noodzakelijke kennis over? Grote delen van de bevolking zijn nog ongeschoold en vatbaar voor onzinnige remedies die het probleem eerder vergroten dan verkleinen. Dan is er het al eerder genoemde schrijnende tekort aan testkits. Wat zelden wordt gezegd, maar zeker een rol speelt, is het feit dat een explosieve stijging van positieve uitslagen een enorm beroep doet op de beschikbare bedden in intensive care. Je kunt vrezen dat kapitaalkrachtigen dan in een veel betere positie verkeren dan de verarmde massa.

Wat overblijft zijn kosteloze suggesties zoals sociale onthouding (vermijdt ontmoetingen en contacten), maar juist die adviezen zijn in de miljoenensteden van India onhoudbaar. Mensen zitten opeengepakt in bussen, treinen, vrachtwagens en auto’s. In torenhoge flats en uitgestrekte slums. Wegblijven van het werk betekent voor veruit de meeste Indiërs een onmiddellijk einde aan hun inkomsten en dus gebrek. India kent geen sociale voorzieningen die zelfs maar in de verste verte lijken op de onze. Stoppen met werk is geen optie. Sociale onthouding is een luxe die maar een beperkt percentage van de bevolking zich kan veroorloven. Het zal zeker niet eenvoudig zijn, maar intensieve en eerlijke communicatie is een cruciaal onderdeel van de aanpak. Het lost de vele gebreken in de gezondheidsvoorzieningen niet op maar het verschaft een betere basis om de gigantische problemen het hoofd te bieden.

Bulbul Can Sing

Bulbul can sing

© Parkvilla Cultuurcentrum

Op 8 maart, Internationale Vrouwendag, vertoont het Filmhuis in Alphen aan den Rijn de zeer toepasselijke film Bulbul can sing’. De film laat het leven zien in een Indiase dorpsgemeenschap in de deelstaat Assam. Ik zal de film inleiden en een beeld schetsen van de positie van vrouwen in India door de eeuwen heen. Beginnend bij de situatie vóór de komst van de Britten, schets ik wat er veranderde tijdens de koloniale overheersing. Daarna bespreek ik de veranderingen in India na de onafhankelijkheid. De nog steeds beroerde positie van vrouwen op het Indiase platteland, komt zo in een breder perspectief te staan.

Even afgezien van de onthutsende ontwikkelingen in de verhouding hindoes – moslims, die door het moslimvijandige denken recentelijk weer op scherp zijn gezet, denken we bij India vooral aan enorme steden zoals Delhi, Mumbai en Kolkata (Calcutta). We vergeten gemakkelijk dat nog steeds ongeveer 70% van de bevolking in India op het platteland woont. Dan heb je het over bijna 1 miljard mensen, de helft daarvan meisjes en vrouwen. Het leven op het Indiase platteland verschilt sterk van het leven in de steden. Het is daarom goed dat Rima Das, de vrouwelijke regisseur, haar lens richt op die enorme groep waarover weinig bekend is.

Zowel in economische als in cultureel-religieuze zin maakt India indrukwekkende veranderingen door. De jonge generatie heeft geroken aan de verlokkingen van een wereld waarin persoonlijke vrijheid het hoogste goed is, een wereld waarin je je eigen keuzes maakt. Maar daar denkt de oudere generatie anders over. Dat pakt met name slecht uit voor meisjes en vrouwen. Op beklemmende wijze brengt de film de spanning in beeld waarin Indiase vrouwen hun weg moeten zien te vinden in een snel veranderende samenleving.

Inhoud film

Drie tieners op zoek naar hun eigen identiteit. Op de grens tussen onschuld en volwassenheid leeft de 15-jarige Bulbul in zalige vrijheid. De naam Bulbul, dat betekent nachtegaal, weerspiegelt de lang gekoesterde wens van haar vader dat zijn dochter later een beroemde zangeres zal worden. Maar de stem van Bulbul is niet krachtig genoeg om de fanatieke muziekleraar tevreden te stellen.
Omdat ouders in het dorp verwachten dat hun kinderen jong zullen trouwen, lijkt het geen probleem dat de meisjes en jongens in het dorp wat vrijer met elkaar omgaan. Maar een aantal fanatieke, religieuze mannen denkt daar anders over. De traditionele waarden van de dorpsgemeenschap komen steeds meer in conflict met de hedendaagse roep naar individuele vrijheid en verandering.

Titel:              Bulbul can sing

Locatie:         Parkfilmhuis, Alphen aan den Rijn

Datum:          8 maart 2020

Aanvang:      14.00 uur

Duur:             95 minuten

 

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Voeg je bij 75 andere volgers

Follow Binnenstebuiten on WordPress.com