Binnenstebuiten

Hub van Wersch

hvwersch

hvwersch

http://nl.linkedin.com/pub/hub-van-wersch/80/11/129

Bekijk volledig profiel →

Corona en het Indiase wonder

Rapid Action Force personnel patrol a street during the lockdown to control the spread of the new coronavirus in Ahmedabad [Ajit Solanki/AP] from: aljazeera.com

Een van de meest verbazingwekkende coronapuzzels in de wereld levert India dat opmerkelijk gunstig scoort als het gaat om het aantal slachtoffers van het coronavirus. Volgens het Ministry of Health zijn er tot dusver pas 1.783 personen overleden aan het virus op een totaal van 53.000 besmettingen (telling: 7 mei 2020). Ter vergelijking: Nederland is onlangs de 5.000 sterfgevallen gepasseerd. En dat in een land waar de voorlichting beroerd is, de gezondheidsvoorzieningen belabberd zijn en de handhaving van de afgekondigde lockdown kortzichtig is en gewelddadig.

Wat maakt de Indiase aanpak zo effectief? Direct na het bekend worden van het besmettingsgevaar door het coronavirus sloot India de grenzen met het buitenland. Op 24 maart besloot de regering tot een onmiddellijke en slecht voorbereide lockdown van drie weken die daarna werd verlengd met enkele weken en nu weer is verlengd tot 17 mei. Op centraal niveau (Delhi) is bepaald dat de Indiase deelstaten hun eigen problemen moeten oplossen; van een strak gecoördineerde centrale aanpak is geen sprake.

Het hap-snap-beleid levert niettemin benijdenswaardige resultaten op. Voor het Indiase wonder zijn – naast de lockdown -vele verschillende verklaringen te bedenken. Een belangrijke verklaring kan schuilen in het nog steeds uiterst beperkte aantal tests dat wordt afgenomen. Grote aantallen coronabesmettingen blijven daardoor onopgemerkt. Maar ook leeftijd kan veel verklaren. Coronaslachtoffers vallen overwegend in de hoogste leeftijdsgroepen. India verkeert met een jonge bevolking (50% van de bevolking is jonger dan 25 jaar en slechts 3,6% ouder dan 70 jaar) in een uitstekende uitgangspositie.  

Daarnaast is er een notoir probleem met het vaststellen van doodsoorzaken die niet goed of onnauwkeurig worden geregistreerd. De overheid erkent dat en stelt dat slechts “22% of deaths in India are medically certified” (The Wire, 28 april 2020). Ook wordt de vaak  genadeloze hitte in grote delen van het land (al dan niet in combinatie met grote luchtvochtigheid) opgevoerd als verklaring. De hindoefundamentalist Yogi Adityanath, chief minister van Uttar Pradesh, Indiaas grootste deelstaat met 200 miljoen inwoners, biedt naast maatregelen ook een religieuze uitleg. Hij meent dat de god Ram (spreek uit: Raam) zich bekommert om het lot van de hindoes. Gelukkig zijn er meer plekken op aarde waar het virus moeilijk voet aan de grond krijgt.

Wat waar is en in welke mate, weet voorlopig niemand maar dat er weinig coronaslachtoffers vallen, lijkt een feit. Als het werkelijke aantal slachtoffers een veelvoud zou zijn van de officiële cijfers dan zou dat in India niet verborgen blijven, daarvoor is de democratie te breed en diep verankerd en is er nog teveel ruimte voor kritiek al staan critici onder forse druk. Journalisten stellen vast dat ziekenhuizen geen pieken rapporteren in de aantallen sterfgevallen en ook uit andere bronnen worden geen plotse stijgingen gemeld. Het leeuwendeel van de sterfgevallen vindt overigens buiten de ziekenhuismuren plaats. Mensen sterven gewoonlijk thuis. De tijd die verstrijkt tussen overlijden en crematie is bijzonder kort (nog steeds vaak een kwestie van uren). Het nauwkeurig vaststellen van de precieze doodsoorzaak krijgt dan niet de hoogste prioriteit. Dat geldt nog veel meer voor de armen die ook in deze crisis weer het hardst worden getroffen.

Statistieken en India vormen al decennia een ongelukkig maar onontbindbaar huwelijk. Je zou kunnen proberen het aantal crematies vast te stellen om pieken in beeld te krijgen, maar dat vergt een enorme inspanning. Het is in deze fase onbegonnen werk betrouwbare tellingen te krijgen van het aantal gecremeerde lichamen. De lichamen worden niet alleen in officiële crematoria verbrand, maar vooral op allerlei plekken in de open lucht.

De gunstige coronacijfers blijven voorlopig nog een mysterie. Andere effecten van de coronacrisis zijn intussen een stuk minder mysterieus. Het Centrum voor Monitoring van de Indiase Economie (CMIE) maakte op 6 mei bekend dat alleen al in april 122 miljoen Indiërs hun werk verloren waarmee de werkeloosheid in het land op ruim 27% is gekomen. De crisis wordt ook gebruikt voor onbeschaamde moslimvijandigheid en promotie van het hindoenationalisme. Moslims worden beschuldigd van het moedwillig besmetten van de hindoebevolking en in dat verband spreekt men over een ‘coronajihad’. Ook wordt er (zelfs door een parlementslid van Modi’s BJP) opgeroepen tot een boycot van moslim koopwaar. Zo wordt nu ook een epidemie ingezet om de belangrijkste bevolkingsgroepen, hindoes en moslims, uiteen te drijven. De splijtzwam van communale tegenstellingen groeit onder het bewind van premier Narendra Modi uit tot een paddenstoel van atomaire proporties.

Zullen de crematievuren in India straks non stop branden?

Ontsnapt India met op dit moment 147 gevallen van erkende coronabesmetting aan de wereldwijde chaos en verlamming of is dit de voorbode van een ongekende gezondheidsramp met miljoenen dodelijke slachtoffers? Het laatste is waarschijnlijker dan het eerste.

Zullen de crematievuren in India straks non stop branden?
This photo is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic license.

De genoemde cijfers van het Indian Council of Medical Research (het Indiase RIVM) dateren van 18 maart, maar zijn hopeloos ontoereikend en misleidend. India koos direct voor een dwingend restrictief beleid voor bezoekers van het land, maar India is nauwelijks toegerust om een coronaramp te voorkomen. De vergelijking op dit punt met China pakt nadelig uit voor India. Het ontbreekt India aan alles: testmateriaal (zoals overal elders), ziekenhuizen, artsen en verpleegkundigen, beschermingsmateriaal, bedden, medicijnen en apparatuur.

De overheid lijkt wél doordrongen van de ernst van de toestand en voert het aantal tests op tot binnenkort 10.000 per dag (was aanvankelijk 1.000). Maar de enigen die getest worden zijn personen die afkomstig zijn uit landen waar al eerder besmetting is vastgesteld of personen die contact hebben gehad met mensen van wie bekend is dat ze besmet zijn. Niet getest worden personen die wél alle kenmerkende coronaverschijnselen tonen (kuchen, koorts, kortademigheid en verkoudheid), maar bij wie de bron van besmetting onbekend is. India is daarin niet uniek, maar daarmee staat de deur wagenwijd open voor een ongecontroleerde uitbreiding van de besmetting.

De overheid houdt intussen stug vol dat India nog niet in Fase 3 is beland (besmetting door personen van wie niet bekend is dat zij besmet zijn), maar handelt in veel opzichten alsof dat wél het geval is. Daarmee dreigt het vertrouwen van de bevolking in de overheid sterk ondermijnd te worden en dat is het laatste wat India nu nodig heeft. Met 10.000 tests per dag test India (1,3 miljard inwoners) minder dan 10 personen per miljoen inwoners. Geen wonder dat je dan niet op besmettingsbronnen stuit. De besmetting gaat dus ongehinderd voort.

Op basis van de cijfers in andere landen is het aannemelijk dat uiteindelijk 20% – 60% van de bevolking besmet zal raken. Besmetting is geen doodvonnis want 98% van die besmette personen herstelt weer na een lichte ziekte. Maar als zelfs maar 20% van de bevolking besmet raakt dan heb je het in India over 260 miljoen mensen. En als van die groep ‘slechts’ 2% overlijdt dan praat je nog steeds over 5,2 miljoen mensen. Bij elk procent stijging van de sterftekans (en het is zeer de vraag of de nu gehanteerde 2% mortaliteit overeind blijft) vallen er miljoenen slachtoffers méér. Dat geldt ook als het besmettingspercentage niet de conservatieve schatting van 20% bereikt, maar bijvoorbeeld groeit tot 30%. Dan zullen 390 miljoen Indiërs besmet zijn en zal het sterftecijfer (ook bij de nu gebruikte 2%-regel) bijna 8 miljoen Indiërs treffen. Duizelingwekkend.

Het is te begrijpen dat de Indiase regering de besmetting met angstogen beziet. Maar waarom niet de bevolking fatsoenlijk geïnformeerd? Alle medewerking begint bij vertrouwen en als dat ontbreekt, werkt uitgestippeld beleid niet en resteert slechts dwang. Zoiets lukt misschien in China maar niet in India. Een overweging is misschien dat als de uitslagen van de tests bijna allemaal negatief zijn, de bevolking ten onrechte zal aannemen dat er dus weinig aan de hand is. Ook de immense onbekendheid met besmettelijke ziekten kan een factor zijn. Hoe draag je de noodzakelijke kennis over? Grote delen van de bevolking zijn nog ongeschoold en vatbaar voor onzinnige remedies die het probleem eerder vergroten dan verkleinen. Dan is er het al eerder genoemde schrijnende tekort aan testkits. Wat zelden wordt gezegd, maar zeker een rol speelt, is het feit dat een explosieve stijging van positieve uitslagen een enorm beroep doet op de beschikbare bedden in intensive care. Je kunt vrezen dat kapitaalkrachtigen dan in een veel betere positie verkeren dan de verarmde massa.

Wat overblijft zijn kosteloze suggesties zoals sociale onthouding (vermijdt ontmoetingen en contacten), maar juist die adviezen zijn in de miljoenensteden van India onhoudbaar. Mensen zitten opeengepakt in bussen, treinen, vrachtwagens en auto’s. In torenhoge flats en uitgestrekte slums. Wegblijven van het werk betekent voor veruit de meeste Indiërs een onmiddellijk einde aan hun inkomsten en dus gebrek. India kent geen sociale voorzieningen die zelfs maar in de verste verte lijken op de onze. Stoppen met werk is geen optie. Sociale onthouding is een luxe die maar een beperkt percentage van de bevolking zich kan veroorloven. Het zal zeker niet eenvoudig zijn, maar intensieve en eerlijke communicatie is een cruciaal onderdeel van de aanpak. Het lost de vele gebreken in de gezondheidsvoorzieningen niet op maar het verschaft een betere basis om de gigantische problemen het hoofd te bieden.

Bulbul Can Sing

Bulbul can sing

© Parkvilla Cultuurcentrum

Op 8 maart, Internationale Vrouwendag, vertoont het Filmhuis in Alphen aan den Rijn de zeer toepasselijke film Bulbul can sing’. De film laat het leven zien in een Indiase dorpsgemeenschap in de deelstaat Assam. Ik zal de film inleiden en een beeld schetsen van de positie van vrouwen in India door de eeuwen heen. Beginnend bij de situatie vóór de komst van de Britten, schets ik wat er veranderde tijdens de koloniale overheersing. Daarna bespreek ik de veranderingen in India na de onafhankelijkheid. De nog steeds beroerde positie van vrouwen op het Indiase platteland, komt zo in een breder perspectief te staan.

Even afgezien van de onthutsende ontwikkelingen in de verhouding hindoes – moslims, die door het moslimvijandige denken recentelijk weer op scherp zijn gezet, denken we bij India vooral aan enorme steden zoals Delhi, Mumbai en Kolkata (Calcutta). We vergeten gemakkelijk dat nog steeds ongeveer 70% van de bevolking in India op het platteland woont. Dan heb je het over bijna 1 miljard mensen, de helft daarvan meisjes en vrouwen. Het leven op het Indiase platteland verschilt sterk van het leven in de steden. Het is daarom goed dat Rima Das, de vrouwelijke regisseur, haar lens richt op die enorme groep waarover weinig bekend is.

Zowel in economische als in cultureel-religieuze zin maakt India indrukwekkende veranderingen door. De jonge generatie heeft geroken aan de verlokkingen van een wereld waarin persoonlijke vrijheid het hoogste goed is, een wereld waarin je je eigen keuzes maakt. Maar daar denkt de oudere generatie anders over. Dat pakt met name slecht uit voor meisjes en vrouwen. Op beklemmende wijze brengt de film de spanning in beeld waarin Indiase vrouwen hun weg moeten zien te vinden in een snel veranderende samenleving.

Inhoud film

Drie tieners op zoek naar hun eigen identiteit. Op de grens tussen onschuld en volwassenheid leeft de 15-jarige Bulbul in zalige vrijheid. De naam Bulbul, dat betekent nachtegaal, weerspiegelt de lang gekoesterde wens van haar vader dat zijn dochter later een beroemde zangeres zal worden. Maar de stem van Bulbul is niet krachtig genoeg om de fanatieke muziekleraar tevreden te stellen.
Omdat ouders in het dorp verwachten dat hun kinderen jong zullen trouwen, lijkt het geen probleem dat de meisjes en jongens in het dorp wat vrijer met elkaar omgaan. Maar een aantal fanatieke, religieuze mannen denkt daar anders over. De traditionele waarden van de dorpsgemeenschap komen steeds meer in conflict met de hedendaagse roep naar individuele vrijheid en verandering.

Titel:              Bulbul can sing

Locatie:         Parkfilmhuis, Alphen aan den Rijn

Datum:          8 maart 2020

Aanvang:      14.00 uur

Duur:             95 minuten

 

Ayodhya, tragiek zonder perspectief

Verwoesting Babri Masjid 6 dec 1992, Foto: T. Narayan

Karsevaks op de Babri Masjid tijdens de verwoesting op 6 december 1992                     Foto: T. Narayan

Het vele malen beproefde vertrouwen van Indiase moslims in de onafhankelijkheid van de rechtspraak wordt zwaar op de proef gesteld door een uitspraak van het hoogste gerechtshof in India op 9 november 2019. In de zich eindeloos voortslepende kwestie van de vernietiging van een moskee in Ayodhya (de Babri Masjid), heeft het hof nu bepaald dat hindoes op die plek een tempel mogen bouwen. De Indiase premier Narendra Modi prees de uitspraak van het hof in een tweet: ‘Deze uitspraak zal het vertrouwen van de bevolking in de rechtsgang verder versterken.’

Dat is misschien zo voor het hindoedeel van de bevolking, maar zeer onwaarschijnlijk voor de ruim 190 miljoen moslims in India. Het vonnis richt zich hoofdzakelijk op de eigendom van de grond waarop de moskee stond en veel minder op de totale vernietiging van een moskee, een daad die de rechtsstaat tergt. De strijd om de grondeigendom woedt al decennia en het hoogste gerechtshof concludeert nu dat de hindoeclaim uiteindelijk toch overtuigender is. Hindoes mogen nu dus een tempel bouwen daar waar eeuwenlang een moskee stond. Moslims krijgen een stuk grond elders. De vernietiging van de moskee is een kantelpunt in de geschiedenis van het onafhankelijke India.

(verder)

Cultuur als medicijn tegen vallende bladeren

Op 3 november treed ik op in de herfstsalon van Salon Remunj, een periodieke culturele bijeenkomst waarin cultuurmakers centraal staan die zich bewegen op de terreinen van literatuur, beeldende kunst en muziek. Voor deze bijeenkomsten maakt Salon Remunj gebruik van het TheaterHotel De Oranjerie in Roermond.

Op het programma staat een gesprek met beeldend kunstenaar Joep Bertrams, die een opleiding volgde aan Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Bertrams begon zijn carrière als illustrator van boeken. Landelijke bekendheid kreeg hij door zijn politieke prenten die afgedrukt werden in Het Parool en tegenwoordig in De Groene en het dagblad De Limburger. Zijn prenten verschijnen ook in internationale bladen.

Voor het boekeninterview schuif ik aan om te praten over mijn in maart gepubliceerde roman Grijpen naar lucht – Fraude, moord en wetenschap. In deze roman staat de prijs die we bereid zijn te betalen voor ambitie centraal. De roman beschrijft de strijd om een leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder publiceerde ik Heil uit de diepte – Kolen, kerk en ketterij , een historische roman over het ontstaan van de industriële kolenwinning. De sleutel van dat verhaal ligt weggeborgen in een klooster (Rolduc) in het zuidelijkste deel van Limburg.

Tijdens deze herfstsalon zal Johan van Beek, onderzoeksjournalist van De Limburger, een column voordragen. Van Beek schreef talrijke opmerkelijke artikelen en was co-auteur van verschillende boeken.  De muzikale bijdrage aan de Herfstsalon wordt geleverd door Pega Loca – Acoustic Band, een ensemble dat indrukwekkende gitaarmuziek speelt (eigen composities zowel als bewerkte composities van anderen).

Plaats:     TheaterHotel De Oranjerie, Kloosterwandplein, Roermond

Aanvang: 14.00 uur

Hotel Mumbai of Hoe woorden wapens worden

Hotel Mumbai PosterIn een uitverkocht Parkfilmhuis in Alphen aan den Rijn werd 7 september 2019 de film Hotel Mumbai vertoond, een verfilming van een serie gruwelijke aanslagen in Mumbai in november 2008, aanslagen die dagenlang wereldnieuws waren. Ik leidde de film in en probeerde deze onthutsende rolprent in een breder perspectief te plaatsen. Zonder verbreding kan deze film makkelijk worden weggezet in de categorie professioneel verfilmde horror stories. En dat zou jammer zijn. Op de regie en het acteerwerk (met een hoofdrol voor Dev Patel) valt weinig af te dingen d.w.z. als het er om gaat de gruwelen levensecht in beeld te brengen.

De aanslagen kostten het leven aan 174 personen. Centraal in de film staat het hotel Taj Mahal – in de film aangeduid als Hotel Mumbai – het iconische vijfsterrenhotel dat wereldwijde bekendheid geniet. Een eindeloze rij beroemdheden uit de amusementsindustrie (film, theater, muziek), de zakenwereld en de politiek verbleef er ooit. De uitschakeling van de moslimterroristen die dit hotel bezet hielden, vergde drie dagen en die dagen betekenden de hel voor de gegijzelde gasten en personeelsleden. Ongeveer 80% van de slachtoffers was Indiër (onder wie veel personeelsleden), het overige deel bestond uit buitenlanders.

De film is overdonderend en sleurt de kijker mee in de werkelijkheid van naakte terreur. Het lukt nauwelijks om jezelf te distantiëren van de lotgevallen van hotelgasten en personeel. Dat kun je zien als een overtuigend bewijs van de kwaliteiten van de maker van de film, regisseur Anthony Maras, en de acteurs. Het maakt daarbij niet uit of je de film beleeft als een op verschrikkelijke feiten gebaseerde, knap vormgegeven rolprent (extreem spannend), als een aanklacht tegen het moslimterrorisme (genadeloos gruwelijk) of als ondersteuning van India in de nu al 72 jaar durende conflicten met Pakistan en de telkens oplaaiende strijd over de deelstaat Jammu & Kashmir (politiek). Vrijwel iedereen zit versuft in zijn stoel als de zaallichten weer aangaan.

Maar de film overtuigt absoluut niet als themafilm. De focus is vrijwel uitsluitend gericht op actie en geweld. De enige overlevende terrorist verklaarde na afloop dat de groep tijdens de actie voortdurend in verbinding stond met een kopstuk van de Pakistaanse inlichtingendienst. Daar moet je het als kijker mee doen. De tien terroristen die zich inschepen in een motorsloep voor de uitvoering van aanslagen die ze met de dood zullen bekopen, worden niet uitgetekend. Wat overblijft is de indruk dat deze goed getrainde terroristen weinig ontwikkeld waren, zeer weinig van de wereld hadden gezien en zeer sterk gehersenspoeld waren door mensen voor wie ze slechts werktuigen waren in een politiek-militair stratego waarvan ze geen benul hadden. Even gemakkelijk als het commando ‘Schiet iedereen overhoop!’ volgt tegen het einde een bevel tot zelfvernietiging. Puppets on a string.

In mijn inleiding ging ik terug tot de twintiger jaren van de vorige eeuw en het moment waarop de moslimleider Muhammad Ali Jinnah een ‘Veertien punten programma’ opstelde waarmee hij de belangen van de moslimminderheid in het vrije India (dat toen nog gerealiseerd moest worden) wilde veilig stellen. Op Trumpiaanse wijze werd dit programma door vertegenwoordigers van de hindoes honend als ‘idioot’ en ‘onbespreekbaar’ afgewezen. Deze veertien punten vormden later de leidraad waar omheen zich een miskende minderheid groepeerde die vervolgens het recht op een eigen land opeiste. De daaruit voortspruitende fundamentele vraagstukken werden nooit opgelost. Hoe woorden wapens worden.

Van campagne tot compromis – Collegevorming in Nederlandse gemeenten 2010 – 2018 gepresenteerd

5 september 2019 werd het boek Van campagne tot compromis – Collegevorming in Nederlandse gemeenten 2010 – 2018 gepresenteerd in het hoofdkantoor van de VNG in Den Haag. De auteurs, Joan Smithuis, Hub van Wersch en Joop van den Berg, vormden voor het schrijven van dit boek een driemanschap. De loopbaan van alle drie begon in de journalistiek.

Presentatie bij VNG op 5 september 2019

Het werd een geanimeerde bijeenkomst met een honderdtal genodigden waarin fundamentele vragen over collegevorming, de opzet van het onderzoek en de resultaten werden besproken. Politieke versnippering maakt de vorming van colleges van B&W extra ingewikkeld. Het verschijnsel van informateurs is daardoor in gemeenten gewoon geworden. Een kernbevinding in het onderzoek is dat persoonlijke verhoudingen en onderling vertrouwen vaak van doorslaggevend belang zijn en zwaarder wegen dan ideologie en partijprogramma’s. Onderling vertrouwen is een belangrijke sleutel tot succesvolle onderhandelingen.

Het boek is het resultaat van gedetailleerd empirisch onderzoek in 24 Nederlandse gemeenten. De auteurs hebben voor het algemene beeld van de verkiezingen in 2018 gebruik kunnen maken van de ruimhartig ter beschikking gestelde databank van de NRC. In 2010 en 2014 deed politicoloog Joan Smithuis al onderzoek naar collegevorming in tien grote gemeenten zoals Rotterdam, Den Haag, Groningen en Maastricht. In 2018 werd dit onderzoek door hem herhaald en door Hub van Wersch uitgebreid met een onderzoek naar de collegevorming in 14 kleinere gemeenten (gemeenten met < 50.000 inwoners). Tot die laatste groep behoren o.m. Opsterland, Nederweert, Hulst, Dronten en Hollands Kroon.

Door de kwalitatieve opzet van het onderzoek kunnen de resultaten niet zomaar van toepassing worden verklaard op alle gemeenten. De enorme verscheidenheid in de wijze waarop gemeenten komen tot colleges en coalitieprogramma’s maakt dit onmogelijk. Enkele tendensen zijn niettemin zichtbaar zoals de opvallend toegenomen versterking van de positie van lokale partijen, de populariteit van raadsprogramma’s en de forse intensivering van het betrekken van burgers, ondernemers en organisaties bij het proces. Een verrassende uitkomst is ook dat de uitslag van de verkiezingen door veel winnaars niet werd voorzien.

Joop van den Berg vergelijkt de uitkomsten van beide onderzoeken en analyseert daarnaast veranderingen in het politieke landschap in de laatste decennia. Aan het einde van dit boek reiken de drie auteurs suggesties aan voor verbetering van het proces van collegevorming. Zo suggereren zij de formulering van een algemene handreiking aan toekomstige lijsttrekkers en onderhandelaars over het traject volgend op de verkiezingen.

Het driemanschap

V.l.n.r. Joan Smithuis, Joop van den Berg en Hub van Wersch

De drie auteurs hebben langdurig ervaring opgedaan met het gemeentebestuur. Joan Smithuis en Hub van Wersch als leidinggevende communicatieadviseurs, Van Wersch tevens als wethouder; Joop van den Berg als politiek historicus en hoofddirecteur van de VNG.

Van campagne tot compromis

Van campagne tot compromis – Collegevorming in Nederlandse Gemeenten 2010 – 2018. Uitgeverij Boom| ISBN 9789024430314| 208 Blz. | € 24,90

In het VNG Magazine van 30 augustus 2019 verscheen een recensie van het onderzoek:  Recensie VNG Magazine 30 augustus 2019

De VNG heeft in de serie VNG Praat Mee een podcast gemaakt met Joan Smithuis en Hub van Wersch. Deze is te beluisteren via de link: Podcast VNG Praat Mee.

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 74 andere volgers

Follow Binnenstebuiten on WordPress.com